Woordenschat

Een bekende taalkundige zei eens: “Als je wilt dat een kind de betekenis van een woord niet onthoudt moet je het één keer uitleggen”. Een effectieve uitbreiding van de woordenschat vraagt een gedegen kennis van de didactiek. Daarnaast is het bij woordenschatonderwijs belangrijk dat kinderen ook tools krijgen aangereikt over hoe ze zelf woorden kunnen leren leren.

In twee bijeenkomsten kan een goede eerste aanzet worden gegeven in het verbeteren van de woordenschatdidactiek met als doel de uitbreiding van de woordenschat van de kinderen, vooral diegene die uit meer taalarme milieus komen of minder taalvaardig zijn. De materialen waarmee de school werkt (taalmethodes, kleuterprogramma’s, leesmethodes etc.) worden ingezet zodat er niet weer een vak bij komt. Er wordt gewerkt met de materialen waar de leerkracht al vertrouwd mee is.

IMG_0493

Een waardevol onderdeel van dit traject is het doen van een groepsbezoek bij de leerkrachten, samen met de directeur of intern begeleider. De didactiek van het woordenschatonderwijs wordt geobserveerd en aandachtspunt is de doorgaande lijn bij alle leerkrachten. In een nabespreking met de leerkracht wordt feedback gegeven en in een teambijeenkomst worden de aandachtspunten betreffende de doorgaande lijn doorgesproken en afgestemd. Doel is het functioneren van de leerkrachten  betreffende woordenschatonderwijs op een zo hoog mogelijk plan te brengen.

Voor elk traject geldt: Wat is de beginsituatie van het team? Wat weet men al van woordenschatdidactiek? En hoe is het niveau van de leerlingpopulatie betreffende hun  woordenschat ? Op grond van deze en aanvullende gegevens wordt de inhoud van de bijeenkomsten vormgegeven.