Effectief onderbouwonderwijs

Kleutervriendelijk onderbouwonderwijs en opbrengstgericht werken, gaan ze samen?  Mijn antwoord is een volmondig ja!

Veel onderbouwleerkrachten voelen een weerstand tegen het opbrengstgericht werken. “Laat de kleuter toch lekker kleuteren” is een veelgehoorde opmerking. Het is mogelijk om kleuters lekker te laten kleuteren en toch te werken aan taalleesvaardigheden en voorbereidend rekenen. Dit alles kan op een speelse, kleutervriendelijke manier. Het is hierbij heel belangrijk dat de leerkrachten kennis hebben van alle domeinen die in de kleuterbouw aan de orde moeten komen en daarmee doelgericht (leren) werken. Het zogenaamde beredeneerde onderwijsaanbod. De ervaring leert dat leerkrachten vaak veel weten van taalontwikkeling en minder van rekenen (de domeinen tellen/getalbegrip, meten en meetkunde), veel weten van motoriek en minder van ruimtelijke oriëntatie. In een aantal bijeenkomsten leren de onderbouwleerkrachten effectief te werken vanuit  doelen (inspectieproof) en daar hun thema’s op voor te bereiden, uit te voeren en te registreren. Ook leren ze naar hun klasinrichting te kijken vanuit deze doelen. Is deze uitdagend genoeg? Prikkelt het de kinderen tot ontdekken en actief en rijk spel?

Als er behoefte aan is vindt extra scholing plaats als leerkrachten aangeven te weinig kennis te hebben rond bv. effectief woordenschatonderwijs of de rekendomeinen. Uitgangspunt bij de begeleiding is dat de leerkrachten uit doelen denkt, hierbij passende activiteiten gaan bedenken, uitvoeren, vastleggen en evalueren, en dat de kleuter het gevoel heeft heerlijk te spelen en te werken.

Wat pikt het kind op van het kleuteronderwijs? Een observatie/registratiesysteem waarin de ontwikkeling van het kind wordt gevolgd is een must. Ook zijn bepaalde toetsen gangbaar (maar niet verplicht!). In 2 tot 3 bijeenkomsten leren de onderbouwleerkrachten gericht observeren en registreren, op een wijze die niet veel tijd kost maar wel inspectieproof is. Daarnaast wordt een eventuele toetskalender doorgenomen (zitten er dubbelingen in of missen er bepaalde domeinen) en worden de afspraken over de toetsen die afgenomen gaan worden zonodig bijgesteld.

Een onderdeel van het IMG_0433traject is ook vaak het doornemen en analyseren van de opbrengsten van de afgenomen Cito- of Aarnoutsetoetsen. Wat kunnen de kleuters al heel goed, waar zitten de aandachtspunten? Hoe kan het dat op bepaalde gebieden de scores wat tegenvallen? Wat kunnen en gaan we daaraan doen?

Voor beide trajecten (beredeneerd aanbod en observatie/registratie) geldt dat er kan worden gewerkt met de materialen die al worden gebruikt in de school (bv. Schatkist, Kleuterplein, Onderbouwd etc.). Voor de weken dat er niet met deze materialen wordt gewerkt moet er echter ook sprake zijn van een beredeneerd aanbod en een goed registratiesysteem betreffende het kind. In overleg met de leerkrachten wordt een systeem gekozen dat het beste past bij de school. Veel scholen werken nu met de map Tussendoelen en Leerlijnen, waar zowel het beredeneerd aanbod mee kan worden samengesteld als het kind en de groep mee kan worden gevolgd in de ontwikkeling; de beide systemen sluiten namelijk naadloos op elkaar aan. Ze zijn o.a. gebaseerd op de doelen van het SLO.

Bij afname van een scholingstraject  krijgen de leerkrachten de betreffende onderdelen van de map Tussendoelen en Leerlijnen gratis toegezonden.

Aan het einde van het traject hebben de leerkrachten geleerd te werken met alle domeinen en ontwikkelingslijnen, hebben ze kennis van zaken en is er een borgingsdocument gemaakt waarin de werkwijze in de onderbouw in één a-4 staat omschreven. Kortom: zowel het beredeneerd onderwijsaanbod als het systematisch observeren en registreren staat dan helemaal op de rit.

Voor alle genoemde onderdelen geldt ook hier weer: In overleg met de school wordt een maatwerktraject opgesteld, helemaal passend bij de wensen van de school.